Vergelijking van wettelijke vereisten: de Machinerichtlijn versus de Machineverordening
1.7.4.2 Inhoud van de gebruiksaanwijzing
Wijzigingen
Het eiseniveau wordt uitgebreid met eisen voor digitale toegang tot documentatie, reddingsinformatie en gedetailleerde informatie over emissies van gevaarlijke stoffen.
- Eisen gewijzigd: "EG-verklaring van overeenstemming..." wordt vervangen door "EU-verklaring van overeenstemming, of het internetadres of de machinaal leesbare code waarlangs toegang kan worden verkregen tot de EU-verklaring van overeenstemming, in overeenstemming met artikel 10.8."
Artikel 10.8
8. De fabrikanten moeten ervoor zorgen dat de machine of het daarmee samenhangende product vergezeld gaat van een EU-verklaring van overeenstemming overeenkomstig deel A van bijlage V, of, als alternatief, moeten de fabrikanten in de gebruiksaanwijzing en de informatie die
in bijlage III is vermeld, het webadres of de machinaal leesbare code aangeven waarlangs toegang kan worden verkregen tot de EU-verklaring van overeenstemming.
Digitale EU-verklaringen van overeenstemming moeten online beschikbaar worden gesteld gedurende de verwachte levensduur van de machine of het daarmee samenhangende product en in alle gevallen gedurende ten minste tien jaar na het in de handel brengen of
het in gebruik nemen van de machine of het daarmee samenhangende product.
- Nieuw vereiste: mogelijkheid om de EU-verklaring van overeenstemming te verstrekken via "internetadres of machinaal leesbare code"
- Eisen gewijzigd: verwijzing naar "geharmoniseerde normen" wordt uitgebreid tot "geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties die door de Commissie zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 20.3"
Artikel 20.3
3. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot bepaling van gemeenschappelijke specificaties, met technische vereisten die een manier bieden om te voldoen aan de fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen van bijlage III voor producten die
onder deze verordening vallen.
Die uitvoeringshandelingen mogen alleen worden vastgesteld indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de Commissie heeft, overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012, verzocht dat een of meer Europese normalisatieorganisaties een geharmoniseerde norm opstellen voor de fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen van
bijlage III, en
i) het verzoek is niet aanvaard, of
ii) de geharmoniseerde normen waarop het verzoek betrekking heeft, worden niet binnen de overeenkomstig
artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 vastgestelde termijn geleverd, of
iii) de geharmoniseerde normen stemmen niet overeen met het verzoek, en
b) er is geen verwijzing naar geharmoniseerde normen die de relevante fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen van bijlage III bestrijken, bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012, en
een dergelijke verwijzing wordt naar verwachting niet binnen redelijke termijn bekendgemaakt.
Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 48, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.
- Eisen gewijzigd: "gemeenschapsspecifieke richtlijnen" wordt vervangen door "specifieke Unierechtshandelingen"
- Nieuw vereiste: "Informatie over de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen, voorzieningen en hulpmiddelen voor de onmiddellijke en zorgvuldige redding van personen."
- Nieuw vereiste: "Indien het ontwerp van de machine of het daarmee samenhangende product het vrijkomen van gevaarlijke stoffen mogelijk maakt ... de kenmerken van de opvang-, filtratie- of afvoerinrichting..."
- Nieuw vereiste: "i) Het debiet van de emissie van gevaarlijke materialen en stoffen..."
- Nieuw vereiste: "ii) De concentratie van gevaarlijke materialen of stoffen rond de machine of het daarmee samenhangende product..."
- Nieuw vereiste: "iii) De doeltreffendheid van de opvang- of filtratie-inrichting en de voorwaarden die moeten worden nageleefd om de doeltreffendheid ervan in de loop van de tijd te handhaven."
Voorstellen voor maatregelen
Zorg ervoor dat de verwijzing naar de EG-verklaring wordt bijgewerkt naar de EU-verklaring van overeenstemming in:
gebruiksaanwijzing
technische documentatie
interne sjablonen
Introduceer de mogelijkheid om de EU-verklaring digitaal beschikbaar te stellen via:
internetadres
machineleesbare code (bijv. QR-code)
Verifieer dat de digitale EU-verklaring:
online beschikbaar is
beschikbaar is gedurende de volledige levensduur
gedurende ten minste 10 jaar beschikbaar is
Zorg ervoor dat interne processen beide beheren:
fysieke EU-verklaring
digitale toegang tot de EU-verklaring
Werk verwijzingen bij van:
“geharmoniseerde normen”
naar: “geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties”
Zorg ervoor dat de documentatie duidelijk aangeeft:
welke normen worden gebruikt
of welke gemeenschappelijke specificaties worden toegepast
Werk alle verwijzingen bij van:
“bijzondere richtlijnen van de Gemeenschap”
naar: “bijzondere Unierechtelijke handelingen”
Verifieer dat er geen verouderde wettelijke verwijzingen meer voorkomen in:
gebruiksaanwijzing
technische documentatie
eisenspecificaties
Zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing informatie bevat over:
maatregelen voor onmiddellijke en veilige redding van personen
Verifieer dat deze informatie betrekking heeft op:
uitrusting
hulpmiddelen
praktische uitvoering
Bepaal of de machine gevaarlijke stoffen kan emitteren
Indien ja, zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing informatie bevat over:
eigenschappen van opvang-, filtratie- of afvoersystemen
Verifieer dat het volgende wordt vermeld:
afvoerdebiet
concentratie van gevaarlijke stoffen
effectiviteit van beschermingssystemen
Zorg ervoor dat de voorwaarden om de werking in de tijd te handhaven zijn gedocumenteerd
Zorg ervoor dat meetgegevens voor emissies (bijv. geluid en stoffen) zijn:
geverifieerd
gedocumenteerd
traceerbaar
Werk gebruiksaanwijzingen bij zodat zij betrekking hebben op:
machines
gerelateerde producten
Zorg ervoor dat het gebruik van terminologie consistent is in alle documentatie
Wettekst van de Machinerichtlijn
1.7.4.2 Inhoud van de gebruiksaanwijzing
Elke gebruiksaanwijzing moet, indien van toepassing, ten minste de volgende informatie bevatten:
a) Naam en volledig adres van zowel de fabrikant als diens gemachtigde vertegenwoordiger.
b) De aanduiding van de machine, zoals vermeld op de machine zelf, met uitzondering van het serienummer (zie punt 1.7.3).
c) De EG-verklaring van overeenstemming of een document waarin de inhoud van de EG-verklaring van overeenstemming en de gegevens betreffende de machine zijn vermeld, maar niet noodzakelijk het serienummer en de handtekening.
d) Een algemene beschrijving van de machine.
e) De tekeningen, schema's, beschrijvingen en toelichtingen die noodzakelijk zijn voor de bediening, het onderhoud en de reparaties van de machine en voor het controleren van de juiste werking ervan.
f) Een beschrijving van de werkplek(ken) die waarschijnlijk door bedieners zullen worden bezet.
g) Een beschrijving van het beoogde gebruik van de machine.
h) Waarschuwingen voor gebruikswijzen van de machine die niet zijn toegestaan, maar waarvan de ervaring leert dat zij zich kunnen voordoen.
i) Montage-, installatie- en aansluitingsinstructies voor de machine, met inbegrip van tekeningen, schema's en bevestigingsmiddelen, alsmede informatie over het chassis of de installatie waarop de machine moet worden gemonteerd.
j) Instructies voor installatie en montage om geluid of trillingen te verminderen.
k) Instructies voor het in bedrijf stellen en het gebruik van de machine en, indien nodig, instructies voor de opleiding van bedieners.
l) Informatie over resterende risico's ondanks de ingebouwde beveiligingsmaatregelen en de getroffen aanvullende beschermingsmaatregelen.
m) Instructies over de beschermingsmaatregelen die de gebruiker moet treffen, met in voorkomend geval inbegrip van de te verstrekken persoonlijke beschermingsmiddelen.
n) De fundamentele kenmerken van de gereedschappen die in de machine mogen worden gemonteerd.
o) Onder welke omstandigheden de machine voldoet aan de eisen inzake stabiliteit tijdens gebruik, transport, montage, demontage, buitenbedrijfstelling, beproeving en voorzienbaar falen.
p) Instructies zodat transport, hantering en opslag veilig kunnen worden uitgevoerd, met vermelding van de massa van de machine en van de betrokken onderdelen, indien deze regelmatig afzonderlijk zullen worden vervoerd.
q) De arbeidsmethode die moet worden gevolgd bij een incident of storing. Indien een blokkering kan optreden, moet worden aangegeven welke arbeidsmethode moet worden gevolgd om deze zonder risico op te heffen.
r) Hoe de gebruiker afstellingen en onderhoud moet uitvoeren en welke preventieve onderhoudsmaatregelen moeten worden genomen.
s) Instructies voor het veilig uitvoeren van afstellingen en onderhoud, met inbegrip van de beschermingsmaatregelen die tijdens deze werkzaamheden moeten worden getroffen.
t) Specificatie van de te gebruiken reserveonderdelen, wanneer deze van invloed zijn op de gezondheid en veiligheid van bedieners.
u) De volgende informatie over emissie van in de lucht verspreid geluid:
— A-gewogen emissiegeluidsdrukniveau op de werkplekken, indien dit hoger is dan 70 dB (A). Indien het niveau niet hoger is dan 70 dB (A), moet dit worden vermeld.
— Momentane C-gewogen piekwaarde van de emissiegeluidsdruk op de werkplekken, indien deze hoger is dan 63 Pa (130 dB ten opzichte van 20 µPa).
— A-gewogen geluidsvermogensniveau van de machine, indien het A-gewogen emissiegeluidsdrukniveau op de werkplekken hoger is dan 80 dB (A).
Deze waarden moeten ofwel de feitelijke waarden zijn voor de betrokken machine, ofwel gebaseerd zijn op metingen die zijn uitgevoerd op technisch vergelijkbare machines die overeenkomen met de te vervaardigen machine.
Voor zeer grote machines kan in plaats van het A-gewogen geluidsvermogensniveau het A-gewogen emissiegeluidsdrukniveau op bepaalde plaatsen rondom de machine worden vermeld.
Wanneer de geharmoniseerde normen niet worden toegepast, moeten de geluidsniveaus worden gemeten met de voor de machine meest geschikte methode. Wanneer geluidswaarden worden vermeld, moet de onzekerheid betreffende deze waarden worden gespecificeerd. De bedrijfsomstandigheden van de machine tijdens de meting en de gebruikte meetmethoden moeten worden vermeld.
Indien werkplekken niet zijn aangegeven of niet kunnen worden aangegeven, moeten de A-gewogen geluidsdrukniveaus worden gemeten op een afstand van 1 meter van het oppervlak van de machine en 1,60 meter van de vloer of het toegangsplatform. De positie en de waarde van het maximale geluidsdrukniveau moeten worden vermeld.
Wanneer andere voorschriften voor de meting van het geluidsdrukniveau of geluidsvermogensniveau zijn vastgesteld in specifieke communautaire richtlijnen, zijn die richtlijnen van toepassing en zijn de overeenkomstige eisen in dit punt niet van toepassing.
v) Informatie over de straling die aan de bediener en blootgestelde personen wordt uitgezonden, wanneer de machine niet-ioniserende straling kan afgeven die personen kan schaden, met name personen die actieve of niet-actieve implanteerbare medische hulpmiddelen dragen.
Lees meer
Wettekst van de machineverordening
1.7.4.2 Inhoud van de gebruiksaanwijzing
1. De gebruiksaanwijzing moet, indien van toepassing, ten minste de volgende informatie bevatten:
a) De bedrijfsnaam en het volledige adres van de fabrikant en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger van de fabrikant.
b) De aanduiding van de machine of het gerelateerde product, zoals vermeld op de machine zelf of het gerelateerde product, met uitzondering van het serienummer (zie punt 1.7.3).
c) De EU-conformiteitsverklaring, of het internetadres of de machineleesbare code waarmee toegang kan worden verkregen tot de EU-conformiteitsverklaring, overeenkomstig artikel 10.8.
d) Een algemene beschrijving van de machine of het gerelateerde product.
e) De tekeningen, schema's, beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor de bediening, het onderhoud en de reparaties van de machine of het gerelateerde product, en om te controleren of deze correct functioneert.
f) Een beschrijving van de werkplek(ken) die waarschijnlijk door bedieners zullen worden bemand.
g) Een beschrijving van het beoogde gebruik van de machine of het gerelateerde product.
h) Waarschuwingen voor een gebruik van de machine of het gerelateerde product dat niet is toegestaan, maar waarvan uit de praktijk blijkt dat het kan voorkomen.
i) Montage-, installatie- en aansluitinstructies voor de machine of het gerelateerde product, inclusief tekeningen, schema's en bevestigingsmiddelen, alsmede opgave van het chassis of de installatie waarop de machine of het gerelateerde product moet worden gemonteerd.
j) Instructies voor installatie en montage ter vermindering van geluid of trillingen.
k) Instructies voor de ingebruikneming en het gebruik van de machine of het gerelateerde product en, indien nodig, instructies voor de opleiding van bedieners.
l) Informatie over resterende risico's ondanks de ingebouwde beschermingsmaatregelen en de genomen aanvullende beschermingsmaatregelen.
m) Instructies over welke beschermingsmaatregelen de gebruiker moet nemen, in voorkomend geval met inbegrip van welke persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden verstrekt.
n) De fundamentele kenmerken van de gereedschappen die in de machine of het gerelateerde product mogen worden gemonteerd.
o) Onder welke omstandigheden de machine of het gerelateerde product voldoet aan de eisen inzake stabiliteit tijdens gebruik, transport, montage, demontage, buitenbedrijfstelling, beproeving en voorzienbaar falen.
p) Instructies voor een veilige uitvoering van transport, hantering en opslag, met vermelding van de massa van de machine of het gerelateerde product en van de betrokken onderdelen, indien deze regelmatig afzonderlijk zullen worden vervoerd.
q) De te volgen werkwijze bij storing of defect. Indien een blokkering kan optreden, moet worden aangegeven welke werkwijze moet worden gevolgd om deze zonder risico op te heffen.
r) Een beschrijving van de instellingen en het onderhoud die door de gebruiker moeten worden uitgevoerd en van de preventieve onderhoudsmaatregelen die moeten worden genomen, rekening houdend met de constructie en het gebruik van de machine of het gerelateerde product.
s) Instructies voor het op een veilige wijze uitvoeren van instellingen en onderhoud, met inbegrip van de beschermingsmaatregelen die tijdens deze werkzaamheden moeten worden genomen.
t) Specificatie van de te gebruiken reserveonderdelen, wanneer deze gevolgen hebben voor de gezondheid en veiligheid van bedieners.
u) De volgende informatie over emissie van luchtgeluid:
i) Het A-gewogen emissiegeluidsdrukniveau op de werkplekken, indien dit hoger is dan 70 dB (A). Indien het niveau niet hoger is dan 70 dB (A), moet dit worden vermeld.
ii) De momentane C-gewogen piekwaarde van het emissiegeluidsdrukniveau op de werkplekken, indien deze hoger is dan 63 Pa (130 dB ten opzichte van 20 μPa).
iii) Het A-gewogen geluidsvermogensniveau van de machine of het gerelateerde product indien het A-gewogen emissiegeluidsdrukniveau op de werkplekken hoger is dan 80 dB (A).
Deze waarden moeten ofwel de daadwerkelijk gemeten waarde zijn voor de bedoelde machine of het gerelateerde product, of gebaseerd zijn op metingen uitgevoerd op een technisch vergelijkbare machine of op een technisch vergelijkbaar gerelateerd product, dat representatief is voor de te vervaardigen machine of het gerelateerde product.
Voor zeer grote machines of een gerelateerd product kan het A-gewogen emissiegeluidsdrukniveau op bepaalde punten rondom de machine of het gerelateerde product in de plaats van het A-gewogen geluidsvermogensniveau worden vermeld.
Indien de geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties die door de Commissie overeenkomstig artikel 20.3 zijn vastgesteld niet kunnen worden toegepast, moeten de geluidsniveaus worden gemeten met de meest geschikte methode voor de machine of het gerelateerde product.
Wanneer geluidswaarden worden vermeld, moet de onzekerheid met betrekking tot deze waarden worden gespecificeerd. De bedrijfsomstandigheden van de machine of het gerelateerde product tijdens de meting, alsmede de toegepaste meetmethoden, moeten worden vermeld.
Indien werkplekken niet zijn aangegeven of niet kunnen worden aangegeven, moeten de A-gewogen geluidsdrukniveaus worden gemeten op een afstand van 1 meter van het oppervlak van de machine of het gerelateerde product en 1,6 meter van de vloer of het toegangsplatform. De positie en de waarde van het maximale geluidsdrukniveau moeten worden vermeld.
Voor geluidreducerende machines of gerelateerde producten moet in de gebruiksaanwijzing, waar passend, worden vermeld hoe de uitrusting correct moet worden gemonteerd en geïnstalleerd (zie ook punt 1.7.4.2.1 j).
Wanneer in bijzondere Unie-rechtshandelingen andere eisen voor de meting van geluidsdrukniveau of geluidsvermogensniveau zijn vastgesteld, zijn die rechtshandelingen van toepassing en zijn de overeenkomstige eisen in dit punt niet van toepassing.
v) Informatie over de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen, voorzieningen en hulpmiddelen voor onmiddellijke en zorgvuldige redding van personen.
w) Inlichtingen over de straling die aan de bediener en blootgestelde personen wordt afgegeven, wanneer de machine of het gerelateerde product niet-ioniserende straling kan uitzenden die personen kan schaden, met name personen die actieve of niet-actieve implanteerbare medische hulpmiddelen dragen.
x) Indien het ontwerp van de machine of het gerelateerde product emissie van gevaarlijke stoffen uit de machine of het gerelateerde product mogelijk maakt, de kenmerken van de opvang-, filtratie- of afvoerinrichting, indien een dergelijke inrichting niet met de machine of het gerelateerde product wordt geleverd, en een van de volgende:
i) De debietsnelheid van de emissie van gevaarlijke materialen en stoffen uit de machine of het gerelateerde product.
ii) De concentratie van gevaarlijke materialen of stoffen rondom de machine of het gerelateerde product, afkomstig van de machine of het gerelateerde product of van materialen of stoffen die samen met de machine of het gerelateerde product worden gebruikt.
iii) De doeltreffendheid van de opvang- of filtratie-inrichting en de voorwaarden die moeten worden nageleefd om de doeltreffendheid ervan in de tijd te behouden.
De in de eerste alinea bedoelde waarden moeten ofwel daadwerkelijk worden gemeten voor de betrokken machine of het gerelateerde product, of worden vastgesteld op basis van metingen van een technisch vergelijkbare machine of van een technisch vergelijkbaar gerelateerd product dat representatief is voor de stand van de techniek.
Lees meer
Har du några frågor? Kontakta oss