Zoeken...

Inhoudsopgave

Vergelijking van wettelijke vereisten: de Machinerichtlijn versus de Machineverordening

1.2.5 Keuze van besturings- en functiewijzen

Wijzigingen

Hier is een kleine wijziging (verduidelijking van de eis).

Het eisenniveau blijft in hoofdzaak ongewijzigd, met een verduidelijkte term.
- "houdbedieningsinrichting" wordt vervangen door "bedieningsinrichting die voortdurende activering vereist"

Voorstellen voor maatregelen

- Verifieer dat de bestaande oplossing voor vasthoudbediening overeenkomt met "bedieningsorgaan dat een voortdurende bediening vereist"

- Zorg ervoor dat de terminologie indien nodig wordt bijgewerkt in de technische documentatie (bijv. risicobeoordeling en gebruiksaanwijzing).

Wettekst van de Machinerichtlijn

1.2.5 Keuze van besturings- en bedrijfswijze
De gekozen besturings- of bedrijfswijze moet voorrang hebben boven alle andere besturings- of bedrijfswijzen, met uitzondering van de noodstop.
Indien een machine is ontworpen en vervaardigd om op verschillende manieren te kunnen worden bestuurd of te kunnen functioneren, met eisen voor verschillende beschermingsmaatregelen en/of werkprocedures, moet zij zijn voorzien van een keuzeschakelaar voor de besturings- of bedrijfswijze die in elke afzonderlijke stand kan worden vergrendeld. Elke stand van de keuzeschakelaar moet duidelijk zijn aangegeven en mag slechts overeenkomen met één besturings- of bedrijfswijze.
De keuzeschakelaar kan worden vervangen door een andere inrichting die het mogelijk maakt het gebruik van bepaalde machinefuncties te beperken tot specifieke categorieën bedieners.
Indien de machine voor bepaalde functies kan worden gebruikt met een afscherming verplaatst of verwijderd en/of met een beveiligingsinrichting buiten werking gesteld, moet de keuzeschakelaar voor de besturings- of bedrijfswijze tegelijk
— alle andere besturings- of bedrijfswijzen onmogelijk maken,
— het gebruik van risicovolle functies uitsluitend toestaan met een vasthoudbedieningsinrichting,
— het gebruik van risicovolle functies uitsluitend toestaan onder omstandigheden waarbij de risico's zijn beperkt, terwijl risico's die kunnen ontstaan als gevolg van sequentiële processen worden voorkomen,
— voorkomen dat risicovolle functies ontstaan door opzettelijke of onopzettelijke beïnvloeding van de sensoren van de machine.
Indien deze vier voorwaarden niet gelijktijdig kunnen worden gewaarborgd, moet de keuzeschakelaar voor de besturings- of bedrijfswijze andere beschermingsmaatregelen activeren die zodanig zijn ontworpen en vervaardigd dat een veilige werkzone wordt gegarandeerd.
Bovendien moet de bediener vanaf de plaats waar hij/zij werkzaamheden verricht, de werking kunnen sturen van de delen waaraan hij/zij werkt.

Lees meer

Wettekst van de machineverordening

1.2.5 Keuze van de besturings- en werkingswijze
De gekozen besturings- of werkingswijze moet voorrang hebben boven alle andere besturings- of werkingswijzen, met uitzondering van de noodstop.
Indien een machine of een gerelateerd product is ontworpen en vervaardigd om op verschillende wijzen te kunnen worden bestuurd of functioneren, met eisen aan verschillende beschermingsmaatregelen en/of werkprocedures, moet deze zijn voorzien van een keuzeschakelaar voor de besturings- of werkingswijze die in elke afzonderlijke stand kan worden vergrendeld. Elke stand van de keuzeschakelaar moet duidelijk worden aangegeven en slechts overeenkomen met één besturings- of werkingswijze.
De keuzeschakelaar kan worden vervangen door een ander voorziening die het mogelijk maakt het gebruik van bepaalde functies van de machine of het gerelateerde product te beperken tot specifieke categorieën bedieners.
Indien de machine of het gerelateerde product voor bepaalde functies moet kunnen worden gebruikt met een afscherming verplaatst of verwijderd en/of met een veiligheidsvoorziening buiten werking gesteld, moet de keuzeschakelaar voor de besturings- of werkingswijze tevens
a) alle andere besturings- of werkingswijzen onmogelijk maken,
b) de bediening van risicovolle functies alleen toestaan met bedieningsorganen die een voortdurende handeling vereisen,
c) de bediening van risicovolle functies alleen toestaan onder omstandigheden waarbij de risico's zijn beperkt, terwijl tegelijkertijd het ontstaan van gevaren als gevolg van opeenvolgende processen wordt verhinderd,
d) voorkomen dat risicovolle functies ontstaan door opzettelijke of onbedoelde beïnvloeding van de sensoren van de machine of het gerelateerde product.
Indien niet aan deze vier voorwaarden tegelijk kan worden voldaan, moet de keuzeschakelaar voor de besturings- of werkingswijze andere beschermingsmaatregelen activeren die zodanig zijn ontworpen en vervaardigd dat een veilige werkzone wordt gewaarborgd.
Bovendien moet de bediener vanaf de plaats waar hij/zij werkzaamheden uitvoert, de werking van de delen waaraan hij/zij werkt kunnen besturen.

Lees meer

Zoeken...

Inhoudsopgave